Wel Zwitsers, geen geld?

Naar een nieuwe balans tussen taken, sturing en inkomsten van gemeenten

6-5-2016 | Overige publicatie


Gemeenten zijn voor hun inkomsten sterk afhankelijk van het Rijk. Zij hebben in de afgelopen 20 jaar veel taken erbij gekregen, maar hun financiële ruimte is hetzelfde gebleven. De Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) wil deze situatie ter discussie stellen. In zijn stuk ‘Wel Zwitsers, geen geld?’ schetst hij een nieuwe denkrichting voor de bekostiging van gemeentelijke taken. Met dit stuk wil de Rfv een bijdrage leveren aan de discussie die de fondsbeheerders over het gemeentefonds willen openen, die verder gaat dan het gemeentefonds alleen.

 

 

De manier waarop gemeenten hun taken nu bekostigen, is gebaseerd op gestolde, vaak onbe­wuste, principes. Deze zijn het duidelijkst tot uitdrukking gekomen in de Financiële-verhoudings­wet 1997. Sinds die tijd zijn er vele ingrijpende ontwikkelingen geweest: bestuurlijk, maatschap­pelijk en economisch. De actualiteit laat zien waar dit knelt. 

 

De Raad voor de financiële verhoudingen wil daarom een nieuwe denkrichting verkennen, die hij in het discussiestuk ‘Wel Zwitsers, geen geld?’ heeft samengevat. De komende maanden worden gesprekkenronde gehouden voor politieke, bestuurlijke en maatschappelijke geledingen om deze denkrichting te toetsen. Na deze gesprekkenronde bepaalt de Raad zijn advies, dat naar verwachting in november 2016 uitkomt. 


Wilt u reageren? Dat kan naar: rob-rfv@rob-rfv.nl

 

 

4 gouden regels

4 gouden regels

Toelichting:
Met ‘autonomie’ bedoelt de Raad dat gemeenten zelf hun bestuur, huishouding en uitvoering mogen regelen. Dit is geregeld in de Grondwet. Daarin is echter ook vastgelegd dat het Rijk aan ze kan opdragen om taken uit te voeren (medebewind). Door decentralisatie te stimuleren wordt bestuur zo dicht mogelijk bij de burger gebracht. Daarnaast is een doelmatige besteding van belastinggeld belangrijk; dit kans soms juist pleiten voor centralisatie. Bijvoorbeeld vanwege de beheersing van overheidsuitgaven of vanwege schaalvoordelen. De ‘gouden regels’ moeten dus tegen elkaar afgewogen worden. Dat doet de Raad met de volgende vijf vragen.

Weging van de gouden regels

Weging van de gouden regels

Toelichting:
Bestuur moet zo dicht mogelijk bij de burger staan; het bestuur is er immers namens hem. Belangen van verschillende burgers lopen echter uiteen. Dan is het belangrijk dat deze zorgvuldig en op het juiste (schaal)niveau tegen elkaar afgewogen worden. Het niveau van het Rijk is voor veel taken te ver weg. Zeker als het de persoonlijke levenssfeer of de directe woonomgeving betreft, zijn gemeenten het aangewezen niveau.

Gemeenten hebben dan wel beleidsvrijheid nodig, anders had de afweging net zo goed bij het Rijk kunnen liggen. Beleidsvrijheid kan tot verschillen tussen gemeenten leiden. Aan de andere kant is Nederland een eenheidsstaat: de beleving is dat verschillen slechts tot op zekere hoogte toegestaan zijn. Welke verschillen zijn toelaatbaar? Naast deze bestuurlijke en maatschappelijke vragen hanteert de Raad ook financieel-economische uitgangspunten. Het eerste is het principe dat degene die bepaalt, ook betaalt. Anders kan er met andermans portemonnee gewinkeld worden. Ten tweede neemt de Raad economische overwegingen mee, zoals werking van gedragsprikkels, beheersing van de overheidsuitgaven en de verkleining van de wig (verschil loonkosten werkgever en nettoloon).

Past de keuze van 1997 nog bij 2016?

Past de keuze van 1997 nog bij 2016?

Toelichting: het assenkruis financiële verhoudingen

De huidige situatie: grote afhankelijkheid van het Rijk, weinig ruimte voor verschillen.

Deze keuze, gegroeid na de Tweede Wereldoorlog, is gestold en bevestigd in de Financiële-verhoudingswet 1997: alle gemeenten hebben een gelijkwaardige uitgangspositie. Het eigen belastinggebied is klein, zeker in internationaal opzicht. Gemeenten halen slechts 3,5% van de totale belastingen, rechten en tarieven op, waarmee ze slechts 9% van hun inkomsten dekken.

Deze keuze is vooral bestuurlijk bepaald en werd ingegeven door een groot gelijkheidsstreven en een uniform takenpakket. Vanwege de gemeentelijke beleidsvrijheid werd besloten om geen prikkels in de bekostiging op te nemen en om te verdelen op basis van kosten in het verleden.

De figuur noemt maatschappelijke, economische en bestuurlijke ontwikkelingen die de huidige keuze ter discussie stellen.

Welke richting past bij 2016?

Welke richting past bij 2016?

Toelichting: welke richting moeten we op in het assenkruis?
De Raad wil toetsen of de bestuurlijke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen inderdaad niet meer linksboven in het assenkruis zitten, maar in de richting van autonomie, beleidsvrijheid en differentiatie wijzen. Als dat zo is, dan moeten ook de financiële verhoudingen in dezelfde richting schuiven: meer onafhankelijkheid van het Rijk en meer ruimte voor differentiatie.

 

Deel deze pagina Tweet plaatsen Update plaatsen Update plaatsen
Zoekformulier